De liefde voor Maastricht van TEFAF-kunsthandelaar Anthony Meyer

Voor de 23e keer komt hij als deelnemer in maart naar TEFAF Maastricht. Anthony Meyer is een aparte verschijning qua kleding en ook qua tongval. Een Amerikaan die zijn galerie midden in Parijs heeft. En die als toonaangevend geldt in de kleine wereld van de 'tribal art'. Eeuwenoude beeldjes en andere kunstvoorwerpen, afkomstig uit vooral het hele gebied van de Stille Oceaan; vele eilanden en eilandjes rijk.

Hij komt natuurlijk in de eerste plaats om zaken te doen op de beurs, want dat is zijn bestaan. Maar het voelt voor hem ook als een soort thuiskomen. „Ik heb zelfs ooit overwogen om in Maastricht te komen wonen", zegt hij vanuit Parijs. „Maar door het jaar heen zit je in Parijs toch nog wat dichter bij de internationale markt. Maar ik ben blij dat TEFAF aan Maastricht verbonden blijft, de stad heeft de ideale maat om zo'n beurs te faciliteren. Als je 's avonds de stad ingaat, dan proef je overal TEFAF, in de restaurants en cafés. Door de beurs heb ik nieuwe vrienden gekregen. Niet alleen kunsthandelaren en klanten, maar ook Maastrichtenaren die niet in de kunst zitten. Ik vind het oprecht gastvrije mensen."

In al die jaren heeft Anthony Meyer de stad steeds beter leren kennen en heeft hij zijn favoriete adressen gevonden. Zoals Café Sjiek. „Daar voel ik alsof ik lid ben van een familie. Goed eten voor een goede prijs, zonder poespas. En je bent er nooit alleen. Als het officiëler moet, bijvoorbeeld als ik een diner met klanten heb, dan kom ik graag op Château Neercanne. Een heel goede service bieden ze daar. Een leuk restaurant vind ik ook Rozemarijn. Sfeervol vind ik het ook bij Mediterraneo in de Rechtstraat. De hele zaak zit dan vol met TEFAF-mensen."

Maar Meyer zoekt niet alleen de horeca op. „Op de woensdag, de dag voor de opening, ga ik een haring eten op de Markt. Het beeld van Minckelers met de vlam, vind ik mooi. Prachtig vind ik ook boekhandel Dominicanen. De schatkamer van de St. Servaas-basiliek is eveneens heel interessant, evenals de kunst in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek. Bij Blanche Dael loop ik wel eens binnen voor pindanootjes of andere lekkernijen. Echt nog zo'n originele zaak. Tja, ik raak bijna niet uitgepraat. Ik kom maar twee weken per jaar. Ik neem me altijd voor om in de zomer ook nog te komen, gewoon als toerist. Maar door de drukte komt het er dan niet van. Maar het is zeker geen straf om Maastricht te mogen beleven."

Tekst: Jo Cortenraedt