Coronavirus (COVID-19) informatie en genomen maatregelen in Maastricht. Lees meer.

Historische architectuur in Maastricht

Ieder gebouw heeft een eigen verhaal.

Bij sommige gebouwen lijkt het nauwelijks voorstelbaar dat ze er ooit niet waren: ze zijn vergroeid met de stad. Her en der in Maastricht vind je gebouwen die al zó oud zijn, dat we niet eens meer weten wanneer ze gebouwd werden…

Sterre der Zee: een rots in de binnenstad

In de Sterre der Zee, of voluit Basiliek van Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee lijkt de tijd al duizend jaar stil te staan. Ga op het Onze Lieve Vrouweplein eens zo dicht mogelijk tegen de voorgevel van de kerk staan en kijk omhoog. Als een onverwoestbare rotswand torent het gebouw boven je uit. Bedenk dat de meeste ramen latere toevoegingen zijn, de toch al donkere kerk werd ooit alleen verlicht door flakkerende kaarsen. Kijk nu weer naar beneden: de grote grijze steenblokken op de hoeken zijn vermoedelijk afkomstig van de Romeinse tempel waar men de kerk bovenop heeft gebouwd. Via de Graanmarkt en de Stokstraat kom je aan de achterkant van de kerk. De 12de eeuwse oostgevel is versiert met mooi gebeeldhouwde kapitelen. De twee torenspitsen en weerszijden hebben een ongebruikelijk dak van mergelsteen. De torens dienden ooit als bewaarplek voor belangrijke papieren, zoals eigendomsaktes en testamenten. Om brand te voorkomen werd er in de dakconstructie geen enkele houten balk gebruikt

Kerken waren in de middeleeuwen het letterlijke hoogtepunt van de architectuur, waarbij de bouwers de grenzen van het mogelijke opzochten. Zo ook bij de Sterre der Zee: Baldrik III, bisschop van Luik, komt in 1018 naar Maastricht om de werkzaamheden aan de Onze Lieve Vrouwe te zegenen. Prompt stort de nieuw gebouwde crypte in. Een slecht voorteken? Voor de arme Baldrik wel, maar voor de Onze Lieve Vrouwe kerk bleek het slechts een klein oponthoud. Duizend jaar later staat de kerk nog altijd fier overeind.

Tip: Wil je meer zien van het interieur van de basiliek? Bezoek dan in het weekend eens de schatkamer van de OLV. Via het project ‘Grootste Museum van Nederland’ is er ook een interessante audiotour beschikbaar in de kerk.

Sint Servaas Basiliek: een ruwe diamant

Al in de 6de eeuw wordt er geschreven over een bedevaartsplek bij het graf van de heilige bisschop Sint Servatius. Wat ooit begon als een eenvoudige houten kapel in het veld, groeide met de jaren uit tot een majestueus gebouwencomplex. De namen van de bouwheren die in de afgelopen 15 (!) eeuwen aan de basiliek hebben gesleuteld, klinken als personages uit een sprookje: Monulphus, Gondulphus, Geldulfus en Humbertus. Ze voegden torens en poorten toe, bouwden een crypte en braken uiteindelijk de hele kerk weer af. Om er vervolgens een nog grotere kerk voor in de plaats te zetten. De basis van de huidige kerk is nog altijd Romaans, met zware muren en kleine raampjes die maar beperkt daglicht binnenlaten. Echter, veel van die Middeleeuwse sfeer is van latere datum. Architect Pierre Cuypers restaureerde de Sint Servaas tussen 1870 en 1890, hij verwijderde toen veel van de decoraties uit de 17de en 18de eeuw en gaf ook de torens weer hun Middeleeuwse aanzien terug.

Als je rond het gebouw loopt zie je dat de tijd haar sporen heeft achtergelaten. Zo heeft men tijdens recente restauraties nieuwe stenen in de gevel aangebracht, in de oorspronkelijke dikte van 800 jaar geleden. Zie het verschil tussen de oude en nieuwe stenen: druppel voor druppel heeft de regen in de afgelopen eeuwen tot wel 20 centimeter steen van de gevels afgespoeld. Hetzelfde geldt voor de afgesleten glimmende vloeren binnen: de glans wordt veroorzaakt door de schuifelende voeten van miljoenen bezoekers. De Sint Servaas wordt zo nog altijd gepolijst, als een ruwe diamant.

Tip: Wil je het gebouwencomplex van de Sint Servaas eens van bovenaf bekijken? Beklim dan de toren van de naastgelegen Sint Janskerk. Vanaf hier heb je mooi uitzicht op de Servaas èn de rest van Maastricht.

Stadhuis: machtsvertoon op de markt

In 1648 werd de Tachtigjarige Oorlog beëindigd, en daarmee werd Maastricht definitief een Nederlandse stad. Dat de Maastrichtse gemeenteraad een paar jaar later de architect Pieter Post benadert om een nieuw stadhuis te bouwen lijkt geen toeval. Pieter Post had vooral naam gemaakt met paleizen voor de Oranje-Nassaus, waarbij hij symmetrie combineerde met een ingetogen versiering. Post ontwierp voor Maastricht een statig stadspaleis, dat nog altijd indrukwekkend is om te zien. De ligging midden op de markt en de strakke Hollands-classicistische stijl maakten één ding duidelijk: vanaf nu zijn de Nederlanders hier de baas en ze gaan niet meer weg. Voor de bouw midden op het marktplein moesten een aantal middeleeuwse gebouwen worden gesloopt. De Bisschop van Luik, die al die Nederlandse invloed maar niks vond, weigerde echter een aantal van zijn panden te verkopen. Tot frustratie van Pieter Post werd zijn streven naar perfecte symmetrie daardoor geblokkeerd: het bleek nu onmogelijk om het Stadhuis exact op het midden van de markt te bouwen.

Volgens de overlevering zouden de twee trappen die naar de hoofdingang leiden te maken hebben met de politieke historie van Maastricht. Eeuwenlang werd de stad bestuurd door een zogenaamde Tweeherigheid, waarbij ‘twee heren’, de bisschop van Luik en de hertog van Brabant, samen de macht over Maastricht deelden. Zouden ze ieder hun eigen trap hebben gekregen, als eerbetoon? Gezien de weinig behulpzame houding van de bisschop tijdens de bouw lijkt dat twijfelachtig. Pieter Post wilde vermoedelijk nog iets redden van zijn idee van ‘perfecte symmetrie’.

Tip: Iedere avond is de binnenverlichting van het Stadhuis aan, zo kan je ook het prachtige interieur goed bekijken. Wil je al deze kunstwerken een keer van dichtbij bewonderen? Dan zijn er twee mogelijkheden: ga trouwen, of boek een rondleiding in Het Stadhuis.

Dit artikel is geschreven door Joep Vossebeld, kunstenaar, schrijver en tentoonstellingsmaker. "In een stad als Maastricht is iedere centimeter doordrenkt met historie en verhalen. Het uitpluizen, verzamelen en doorvertellen van al die verhalen is een verslaving waar ik hopelijk nooit meer van af kom...”